Het belang van bijen
We kennen allemaal de honingbijen die ons van heerlijke honing voorzien. Maar wist u dat we in Nederland bijna 360 soorten wilde bijen hebben die vrolijk om ons heen zoemen? Helaas staat ongeveer de helft van de bijen onder druk. Ook andere bestuivende insecten (helpers van de natuur die ervoor zorgen dat alles blijft bloeien en groeien), zoals hommels en zweefvliegen, nemen in aantal af. In sommige groepen is zelfs sprake van een achteruitgang van meer dan 70%.

Bestuiving nodig voor een gezonde natuur
Deze afname van bijen en insecten is zorgwekkend, want bestuivende insecten zijn onmisbaar voor een gezonde natuur. Ze zorgen ervoor dat bloemen en planten zich kunnen voortplanten. Zonder bijen zouden veel gewassen en wilde planten verdwijnen, met grote gevolgen voor biodiversiteit en voedselvoorziening. Bovendien zijn insecten een belangrijke voedselbron voor vogels en andere dieren. Minder insecten betekent dus ook minder dieren hoger in de voedselketen.
Oorzaken waardoor bijen onder druk staan
De druk op wilde bijen heeft verschillende oorzaken. Hun leefgebied wordt steeds kleiner door verstedelijking en intensief landgebruik. Bloemrijke bermen en weilanden verdwijnen, waardoor er minder voedsel beschikbaar is.
Daarnaast spelen het gebruik van bestrijdingsmiddelen, klimaatverandering en ziektes een rol. Wilde bijen zijn vaak gespecialiseerd in één of een paar soorten bloemen. Dat betekent dat ze alleen stuifmeel en nectar halen bij bepaalde planten. Als die planten er niet zijn, kunnen deze bijen moeilijk overleven.
Juist daarom is het belangrijk om goed te volgen hoe het met bijen gaat. Door te monitoren krijgen we inzicht in welke soorten er voorkomen, waar ze zich thuis voelen en welke maatregelen effect hebben. Die kennis helpt om gerichter keuzes te maken in beheer en inrichting van de openbare ruimte, zodat bijen beter worden ondersteund. Lees meer over het maaibeleid van de gemeente Meppel op de pagina Maaien bermen, gazons en speelvelden.
Streetlight B&B
Misschien heeft u de Streetlight B&B al eens gezien. Verspreid door Meppel hangen zes van deze bijzondere bijenhotels aan lantaarnpalen. Ze zijn ontwikkeld door Beegrateful, in samenwerking met Wageningen University & Research. Elk hotel biedt ongeveer 500 nestelplekken, met openingen in verschillende diameters. Zo kan elke soort een geschikte plek vinden: van kleine maskerbijen die genoeg hebben aan een paar millimeter, tot grotere soorten als de lathyrusbij die juist meer ruimte nodig hebben.



Waar zijn deze bijenhotels te vinden?
De bijenhotels zijn te vinden op verschillende plekken in Meppel en omgeving. In de Oosterboer hangen er drie: in het Ringpark bij de vijver Roerdomp, in het Groene Hart nabij de Bezettingslaan en bij moestuin De Lier langs de fietstunnel onder het spoor. In de Berggierslanden hangt er één bij de Botter, in Nijeveen bij de moestuin nabij Spijkerserve en in de Nieuwveense Landen bij de ingang van het Watertorenpark. Deze plekken zijn zorgvuldig gekozen, in overleg met vrijwilligers die de bijen monitoren.
Neem eens een kijkje bij een van de bijenhotels en probeer de verschillende soorten te herkennen!
Great Buzzers
Een belangrijk onderdeel van het project is de inzet van vrijwilligers, de zogeheten Great Buzzers. Zij controleren vijf van de zes bijenhotels twee keer per jaar. Door te kijken naar de nestelgangen en de gebruikte materialen, krijgen zij een beeld van welke bijensoorten aanwezig zijn. Deze informatie wordt verzameld door Beegrateful en helpt om trends zichtbaar te maken. Zo ontstaat een steeds beter beeld van hoe het met de wilde bijen in de gemeente gaat en welke plekken goed functioneren.
Vrijwilliger Johanna van der Wal en haar man Gerald monitoren bijen al sinds 2023: “Ik heb mij samen met mijn man Gerald aangemeld toen de gemeente een oproep deed. Het onderwerp bijen had al onze interesse. Tijdens de startavond hebben we veel geleerd over het monitoren. De eerste keer vonden we het best lastig om te bepalen welke bij gebruik had gemaakt van een nestopening. Dat leer je echt gaandeweg.”
Hoe werkt het monitoren van bijen?
Bij het monitoren van bijen kijk je stap voor stap en steeds op dezelfde manier hoe bijen gebruikmaken van een plek, zoals een bijenhotel of een stukje natuur. Het doel is om inzicht te krijgen in welke soorten er leven en hoe het met ze gaat. Je bekijkt de nestelgangen in het bijenhotel. Zijn ze open of dicht? En waarmee zijn ze afgesloten?
Verschillende bijensoorten gebruiken verschillende materialen. De metselbijen gebruiken modder, terwijl de behangersbijen met bladstukjes werken en de tronkenbijen gaan aan de slag met hars. Maskerbijen bekleden hun nest met een zelfgemaakte doorzichtige, cellofaanachtige stof. Om maar een paar soorten te noemen.
“Aan de hand daarvan kunt je vaak herkennen welke soort er heeft genesteld. Je hoeft geen expert te zijn; het gaat erom dat er zo goed mogelijk een inschatting maakt,” vervolgt Johanna. “Gelukkig is het materiaal waarmee we werken steeds beter geworden. De zoekkaarten zijn duidelijker en er is nu ook een app om de gegevens in te voeren. Dat werkt prettig en snel. We gaan meestal samen op pad, dat is makkelijker en ook gezelliger.”

Jaarlijkse Nationale Bijentelling
In de maand april doen ieder jaar ruim 2.000 mensen in Nederland mee aan de Nationale Bijentelling. Nuttig voor onderzoekers, maar ook voor deelnemers die hun tuin bij-vriendelijk inrichten en willen weten wat dit oplevert. Door de bijentelling weten we in Nederland een stuk beter hoe het gaat met onze bijen dan in andere plekken op de wereld. Daardoor weten we ook dat het met veel soorten niet goed gaat. De rosse metselbij was de afgelopen jaren de meest getelde wilde bij.
In Meppel worden bij de bijenhotels ook vooral metselbijen gezien, omdat zij graag gebruikmaken van de nestgaatjes. De rosse metselbij is de gidssoort van het Centrum. Meer informatie over gidssoorten kunt u lezen op de pagina Natuurwaardekaarten.
Wilt u ook meetellen om de bijenpopulatie in beeld te brengen? Meld u aan via de website van Nationale Bijentelling.
“Het leuke van monitoren is om te zien dat het effect heeft. Het bijenhotel is bewoond is en er maken meerdere soorten bijen gebruik van. De bloemrijke omgeving in onze straat helpt daar bij. Ik hoop dat het monitoren bijdraagt aan keuzes die gemaakt worden in beheer of aanplant van soorten”
Johanna van der Wal
Vriendelijke bijen
“Het leukste vind ik dat je echt ziet dat het werkt,” zegt Johanna enthousiast. “De bijenhotels worden gebruikt door verschillende soorten bijen. En waarschijnlijk helpt het ook dat er in de omgeving genoeg bloemen en planten staan. Mensen reageren meestal enthousiast. Soms zijn er zorgen, bijvoorbeeld van iemand die allergisch is voor wespen. Dan leggen we uit dat deze bijen heel rustig zijn en geen gevaar vormen.”
Bijen zijn vriendelijke insecten die mensen meestal met rust laten. Ze steken alleen als ze zich bedreigd voelen, en vormen voor de meeste mensen geen gevaar.
De meeste bijen, vooral wilde bijen, zijn rustig en steken bijna nooit. Ze zijn vooral bezig met het zoeken naar nectar (sap van bloemen) en stuifmeel en hebben geen interesse in mensen. Veel soorten kunnen zelfs niet of nauwelijks steken. Alleen als een bij zich bedreigd voelt, kan ze steken. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer u haar vastpakt of per ongeluk plet. Bij honingbijen en hommels komt dit iets vaker voor, omdat zij hun nest willen beschermen.
Voor de meeste mensen is een bijensteek vervelend, maar niet gevaarlijk. U kunt wat pijn, roodheid en zwelling krijgen. Alleen voor mensen met een allergie kan een steek wél gevaarlijk zijn.
Bloempjes en bijtjes
Johanna en haar man hopen zich ook de komende jaren in te blijven zetten als vrijwilliger. Het monitoren geeft niet alleen meer kennis over bijen, maar ook het gevoel dat ze echt iets kunnen bijdragen aan de natuur in hun eigen omgeving.
Johanna vertelt: “Het is mooi om te zien dat de bijenhotels worden gebruikt en dat er verschillende soorten bijen op afkomen. Tegelijk hopen we dat de informatie die we verzamelen ook echt wordt gebruikt. Bijvoorbeeld om de omgeving nog beter in te richten voor bijen.”
Volgens haar is er vooral winst te behalen door het groen beter met elkaar te verbinden. Nu zijn er al mooie plekken met bloemen en planten, maar die liggen vaak los van elkaar. Voor bijen is het belangrijk dat ze zich makkelijk van de ene naar de andere plek kunnen verplaatsen.
“Het zou mooi zijn als er meer groene verbindingen komen,” legt Johanna uit. “Denk bijvoorbeeld aan bermen langs wegen die bloemrijk worden beheerd. Die kunnen als een soort ‘routes’ voor bijen werken. Zo kunnen ze makkelijker voedsel vinden en zich verspreiden.”
Door monitoring te combineren met slimme keuzes in het groenbeheer, kan stap voor stap gewerkt worden aan een omgeving waar bijen zich beter thuis voelen. Daarmee wordt niet alleen de bij geholpen, maar de hele natuur.
Hoe kunt u bijdragen aan het behoud van wilde bijen?
Iedereen kan bijdragen aan een betere leefomgeving voor bijen. Door meer vooral inheemse bloemen en planten te laten groeien, minder tegels te gebruiken en ruimte te maken voor natuur, helpt u al enorm.
Samen zorgen we er op die manier voor dat bijen ook in de toekomst een plek houden in onze omgeving.